Middenstreek 42 was meer dan 100 jaar een bakkerij.
In 2000 overleed Leendert Abma. Tot aan zijn dood woonde hij in de Middenstreek, op nummer 42. Zijn vrouw Ietsje Nutma bleef er wonen totdat ook zij, in het vroege voorjaar van 2005, uit de tijd geraakte. Verweesd bleef het huis achter en dat duurde tot aan het einde van het jaar. Intussen besloten hun kinderen om het ouderlijk huis niet voor eigen bewoning te gebruiken, maar aan mede – eilandbewoners te koop aan te bieden. Zo kreeg het huis in de loop van de maand december nieuwe eigenaren. Dat zijn Jan & Astrid van der Zaag en hun kinderen. Deze wisseling van de wacht zou aanleiding kunnen zijn om na te gaan wie vanaf zo ongeveer 1720 dit pand hebben bewoond. Dat vereist echter gedegen archiefonderzoek en dat hebben we in deze bijdrage niet gedaan. We blijven dichter bij huis en beginnen vanaf ongeveer 1870 of iets daarvoor.
Foppe Eldert Bakker (1848 – 1931) en Aaltje Martens Smid (1848 –1935)
Foppe Eldert is op het eiland geboren, op 29 november in 1848. Hij is de jongste uit een gezin van vier kinderen. Zijn vader is Eldert Foppes Bakker en is van 1812. Zijn voorvader zou zich, volgens het Schiermonnikoger geslachtenboek (Teensma 1989:13), omstreeks 1620 als molenaar op het eiland hebben gevestigd. Zijn moeder heet Anneke Teensma en is in 1808 eveneens op het eiland geboren. Eldert en Anneke trouwen in 1836. Teensma (1989: 262) meldt dat Eldert Foppes bij zijn trouwen van beroep zeeman en bakker is. Deze combinatie komt in die tijd vaker voor. Men is zeeman en na verloop van tijd kiest men voor een beroep op de wal. Of bij thuiskomst van reizen werkt men bij een bakker of is men zelfstandig bakker. In dit laatste geval is bij afwezigheid iemand anders zaakwaarnemer. Waar Eldert Foppes en Anneke na hun trouwen zijn gaan wonen en bij wie hij zijn bakkersvak uitoefent, is vooralsnog onbekend. Kadastraal is echter wel bekend dat Eldert Foppes als koopman en bakker geregistreerd staat en dat hij op twee panden voor resp. 1/6 en 1/3 eigendomsrechten heeft. Het tweede pand zou in de Middenstreek, nabij de winkel van Schut hebben gelegen. Of ze in een van beide panden ook zelf hebben gewoond, blijft een vraag. Hun zoon Foppe Eldert trouwt in 1871 met de eveneens op het eiland woonachtige Aaltje Martens Smid. Zij is de dochter van Marten Tjebbes Smid en Martha Remts Feijes.
 |
|
 |
Marten Tjebbes is in 1843 bakkersknecht op de molen van Turkstra in Dokkum. In dat jaar overlijdt echter eilander molenaar Seus Martens Kruisinga. Marten Tjebbes volgt hem op en verhuist naar het eiland. Kort voor zijn vertrek verliest Marten Tjebbes zijn vrouw Tetje Jans Sijtsma. In 1848 hertrouwt hij op het eiland met Martha Remts Feijes en nog in datzelfde jaar, op 12 oktober, wordt Aaltje geboren. Zijn korenmolen zou in het weiland tussen de overtuinen van de Voorstreek en de huidige gemeentelijke werkplaats hebben gestaan. In het vroege voorjaar van 1859 wordt Marten Tjebbes echter door een vallende molensteen getroffen en overlijdt hij door bloedverlies.
Na hun trouwen gaan Foppe Eldert en Aaltje aan de noordkant van de Middenstreek wonen, het huidige pand met de nummers 42-44. Vermoedelijk is Foppe Eldert voor zijn trouwen al enige jaren elders op het eiland bakkersknecht geweest. Aan de Middenstreek vestigt hij zich echter als zelfstandig bakker. Bakkerij en winkel hebben ze aan huis.
Behalve bakker is hij ook dorpsboer. Zomers staan zijn paar koeien in de duinen aan het spit, even buiten het dorp. In de wintermaanden heeft hij deze beesten onderdak in een schuur in de tuin, achter zijn huis. Daar staan ook zijn beide paarden. Hij runt namelijk ook nog een voermansbedrijf, haalt met zijn paarden en wagen vracht en passagiers van de veerboot als deze op het wad voor anker ligt. Veertig jaar is Foppe Eldert aan de Middenstreek zelfstandig bakker geweest. In 1911 is hij 63 jaar en wil hij het kalmer aan gaan doen. Geen van hun zes kinderen voelt er voor om het bedrijf voort te zetten. De boel verkopen blijft tenslotte als enige optie over. Bakkerij, winkel en woonhuis worden aan Douwe van Eizenga verkocht. Met zijn vrouw verhuist Foppe Eldert naar de zuidkant van de Middenstreek, naar het huis waarin nu Jan en Marie Benes wonen. Nog twintig jaar heeft hij daar met zijn Aaltje gewoond. In 1931, op 17 maart, overlijdt hij. Hij is dan 83 jaar. Aaltje volgt hem vier jaar later.
Douwe van Eizenga ( 1873- 1963) en Nynke Jansma (1874-1941)
Douwe van Eizenga is op 15 maart in 1873 te Oosternijkerk geboren. Hij is afkomstig uit een boerenfamilie uit Noordoost Friesland, in de omgeving van Anjum. Zijn grootvader Meindert Gerrits van Eizenga (1818-1842) bezit een grote boerderij ”Op de Grou“ in Oosternijkerk. Zijn zoon Meindert Meinderts van Eizenga (1842-1883) betrekt later een andere boerderij op Langgrou in Oosternijkerk. Na het vroegtijdig overlijden van Meindert blijft zijn vrouw Gepke Dijkstra (1846-1912) met zeven kinderen achter, waaronder Douwe die dan 10 jaar is. In 1898 vertrekt Gepke met haar twee jongste dochters, Nynke en Barber, naar Schiermonnikoog. Tot 1903 heeft ze in de Middenstreek, op nummer 49, een winkel gerund. In dat jaar verlaat ze het eiland en gaat ze in de stad Groningen wonen. Daar overlijdt ze in 1912.
foto 2: Douwe van Eizenga op 83 jarige leeftijd in een Sabena- helikopter op weg van Antwerpen naar Rotterdam (Archief: Douwe Homan)
Douwe heeft zich inmiddels op de vaste wal in het bakkersvak bekwaamd. Hij vertrekt na enige tijd ook naar het eiland en wordt inwonend bakkersknecht bij de oorspronkelijk uit Harlingen afkomstige bakker Douwe Jans Coolen. Deze heeft een bakkerij aan de Langestreek 53. In het pand is nu drogisterij en postagentschap Kolstein gevestigd. Wanneer Douwe Jans Coolen in 1891 overlijdt neemt zijn zoon Jan de bakkerij van zijn vader over. Douwe van Eizenga trouwt in 1896 met Nynke Jansma. Ze is op 12 oktober 1874 in Wouterswoude geboren en dochter uit een groot gezin van de inmiddels op het eiland in de polder op Heereweg 4 woonachtige boer Harmen Jansma. Nynke heeft acht broers en zusters die uiteindelijk bijna allemaal op Schiermonnikoog wonen. Kort na het trouwen vertrekken Douwe en Nynke naar Dokkumer Nieuwe Zijlen. Hij vestigt zich daar als zelfstandig bakker in het pand waarin nu café restaurant De Pater (Sylsterwei 26) is gevestigd. Hier wordt ook hun eerste dochter, Ietje van Eizenga (1897-1953), geboren. Na enige tijd neemt Douwe een bakkerij in Uithuizen over. In 1904 wordt daar hun tweede dochter, Gepke van Eizenga
(1904-1996), geboren. In 1912 keert het gezin echter naar Schiermonnikoog terug en koopt Douwe de bakkerij van Foppe Elderts Bakker, in de Middenstreek 42.
Douwe Eizenga is een ondernemend type. Naast bakker wordt hij ook pensionhouder. In 1929 laat hij namelijk aan de Reeweg een eigen pension bouwen. Het is het pand waarin nu de Toxbar is gehuisvest. Pension Van Eizenga, dat is de naam die op de gevel komt te staan, is voor die tijd een groot en modern gebouw voor 26 pensiongasten in 1- en 2-persoonskamers. Alle kamers zijn voorzien van stromend water. Hij onderhoudt daarnaast ook nog een eigen taxidienst van en naar de veerboot. Van 1929 –1934 is zijn bakkerij tijdelijk in het bezit van de uit Morra afkomstige Anne Tilstra die vanaf 1923 bij hem als bakkersknecht in dienst is. Het zijn drukke tijden: de bakkerij, het pensionbedrijf, de taxidienst en bovendien ook nog het onderhoud van de grote bijbehorende tuinen.
Pension Van Eizenga maakt een goede start, maar krijgt al gauw met tegenvallers te maken: zijn oudste dochter Ietje, die tot dan toe in het bedrijf van haar vader meewerkt, vertrekt naar de vaste wal; in 1933 overlijdt zijn schoonzoon P. Teenstra (van de Bazaar); in 1934 sluit de zeevaartschool en daarmee valt de kamerverhuur aan leerlingen van deze school weg. Bovendien krijgt ook Douwe met de depressie van de jaren dertig te maken en, of dat allemaal nog niet voldoende is, breekt in 1940 de Tweede Wereldoorlog uit en blijven toeristen voor minstens zes jaar weg. Tenslotte overlijdt in 1941 ook nog zijn vrouw Nynke.
In 1946 verkoopt Douwe de bakkerij aan Leendert Abma en in 1949 zijn pension aan Ringert de Vries. Douwe van Eizenga blijft tot in het jaar 1954 in het woonhuis naast de bakkerij – Middenstreek 44 – wonen en vertrekt in dat jaar naar Texel. Daar is namelijk zojuist een zogeheten seniorencomplex geopend, een behuizing die tot dan toe op Schiermonnikoog heeft ontbroken.
Douwe voelt zich spoedig op dit eiland thuis en, omdat hij altijd een verwoed schaatser is geweest, opent hij – al schaatsend - op 83- jarige leeftijd de nieuwe ijsbaan in Den Burg. Ook in het biljarten laat hij van zich horen. Hij wordt biljartkampioen van Texel. Als krasse baas van 86 jaar maakt hij nog zijn eerste vluchten met een vliegtuig en een helikopter mee. Douwe is bijna 90 jaar als hij in 1963 overlijdt. Op het kerkhof van Den Burg op Texel krijgt hij zijn laatste rustplaats.
Leendert Abma (1914-2000) en Ietsje Nutma (1918-2005)
Leendert is op 14 oktober 1914 in Lollum geboren. Zijn ouders zijn Hilbrand Abma
(1871-1958) en Jitske Plantinga (1879-1959). Vier zonen krijgen ze. Leendert is de jongste. Zijn jeugd brengt Leendert door in Wommels. Zijn vader is daar boer, maar als gevolg van de malaise in de jaren dertig houdt hij noodgedwongen op zelfstandig boer te zijn en verhuurt hij zich als boerenarbeider. Na het doorlopen van de lagere school in Wommels gaat Leendert aan het werk bij zijn oudste broer Ruurd die ambachtelijk kachelsmid is. Hij werkt er een jaar en gaat dan bij zijn broer Fokke aan de slag. Die is bakker in Scharnegoutum. Als bakkersknecht werkt hij zo’n twee jaar bij zijn broer. Vervolgens doet hij bij een achttal bakkers werkervaring op. Intussen behaalt hij de vereiste diploma’s om zich als zelfstandig bakker te kunnen vestigen.
Tegen het einde van de jaren dertig maakt hij kennis met Ietsje Nutma. Zij is het derde kind van Dirk Nutma (1894-1988) en Iemkje Visser (1894-1971) en is geboren op 25 oktober 1918 op een boerderij in Broek onder Akkerwoude. Later verhuist het gezin naar de Hogedijken, nabij Dokkum. Als bakkersknecht brengt Leendert brood rond en zo komt hij ook op de boerderij van haar vader. Het is liefde op het eerste gezicht. Leendert en Ietsje trouwen in 1944 en vestigen zich op een bovenwoning in de Grote Breedstraat te Dokkum. In 1945 wordt daar ook hun eerste zoon Hilbrand geboren. De laatste bakker bij wie Leendert in de oorlogsjaren in dienst is, is bakker Turkstra in Dokkum. Wanneer Douwe van Eizenga na de oorlog bekend maakt dat hij zijn bakkerij kwijt wil is het met name bakker Turkstra die Leendert wijst op het toenemende toerisme. Hij moedigt hem aan om de sprong over de Waddenzee te wagen. Leendert en Ietsje besluiten te gaan en zo komt het jonge gezin Abma – inmiddels uitgebreid met zoon Durk- in de zomer van 1946 op Middenstreek 42 te wonen. Douwe Eizenga verblijft tot 1954 in het woonhuis van Middenstreek 44 en verhuist dan naar Texel. Dan krijgt Leendert ook dit gedeelte van het pand in eigendom. Bakker Turkstra heeft inmiddels zelf Nederland verlaten en zich in Zuid-Afrika gevestigd. Blijkbaar zit hij daar blijkbaar dringend verlegen om vakmensen. Hij herinnert zich de inzet van Leendert. Abma en schrijft hem een brief met de vraag om naar Zuid-Afrika over te komen.
Met vijf bakkers blijkt de spoeling op het eiland dun te zijn dun en bovendien bestaat het zomerseizoen nog uit krap twee maanden.Een gemakkelijke tijd is het dan ook niet voor Leendert.
Foto 3: Leendert Abma aan het werk voor zijn, op hout gestookte, oven (Archief: Hilbrand Abma)
Hij heeft er dan ook wel oren naar om naar Zuid-Afrika te gaan, maar uiteindelijk is dat toch niet doorgegaan. Zij blijven en krijgen nog drie kinderen, twee jongens en een meisje. De bakkerij en de winkel hebben ze tot in 1974 gerund. In dat jaar wordt Leendert 60 jaar en vindt hij het welletjes. Samen met zijn vrouw wil hij ook nog een tijdje van het leven genieten. Daar zijn ze voor die tijd te weinig aan toegekomen. En genieten, dat doen ze nog 26 jaar lang, van elkaar, van hun kinderen, van hun kleinkinderen en vooral ook van het inmiddels zo geliefde eiland. In 2000 overlijdt Leendert, op 86-jarige leeftijd. Tot 2002 is het achterhuis (bakkerijgedeelte) zo nu en dan aan vaste gasten verhuurd geweest. Dan komt ook daar een einde aan. Begin maart 2005 volgt Ietsje haar Leendert. Ze is 87 jaar oud geworden. Beiden liggen aan de oostzijde van de Got Tjark begraven. En in de loop van december van dat jaar worden Jan en Astrid van der Zaag de nieuwe eigenaren van hun pand. Daarmee is de bakkerij definitief verleden tijd geworden.
Met dank aan Hilbrand Abma, Eddie Bakker en Douwe Homan voor hun bijdrage.
|